Directeur Studiedienst Vlaams ABVV. Behaalde Masters in Geschiedenis, Algemene Economie, Internationale Politiek en in Conflict & Development Studies. Is daarnaast ook Bachelor aan de universiteit van het leven en schrijft op onbewaakte momenten al eens een roman.
Waarom UNIZO zich ook beter wat meer zorgen maakt over de werkdruk

UNIZO vindt het voorstel van het Vlaams ABVV om bedrijven financieel verantwoordelijk te stellen wanneer de werkdruk te hoog ligt, absoluut verwerpelijk. Ze vinden het ‘puur populisme’. Dat verdient een repliek, vindt politiek directeur Philippe Diepvents. Maar vooral ook een woordje uitleg.
Afgelopen weekend vond het congres van het Vlaams ABVV plaats. Daar werden verschillende voorstellen en resoluties naar voren geschoven, waaronder het voorstel om bedrijven te responsabiliseren voor hun aanpak van werkbaar werk. Bedrijven die, in vergelijking met de sector, slecht presteren op het vlak van werkbaar werk en re-integratie, moeten financieel geresponsabiliseerd worden.
Enkele cijfers
Maar eerst enkele cijfers. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat in Vlaanderen zo'n 330.000 actieve werknemers een verhoogd risico lopen op burn-out. Dit bovenop de reeds 250.000 langdurig zieken. De laatste twintig jaar steeg de werkzaamheidsgraad met 7,2 procentpunt en groeide de arbeidsproductiviteit gemiddeld met 1% per jaar. In diezelfde periode daalde het aantal werknemers met werkbaar werk met 0,5 procentpunt.
Hoge werkdruk is dé belangrijkste voorspeller van burn-out. Bij een hoge werkdruk ligt de kans op burn-out meer dan zes keer zo hoog. Over twintig jaar zien we alleen maar een toename van het aandeel werknemers dat gebukt gaat onder stijgende werkdruk, emotionele belasting en belastende arbeidsomstandigheden.
Het aandeel werknemers met werkstressklachten is sinds 2013 sterk gestegen. In tien jaar evolueerden we van ruim een kwart naar ruim een derde van de werknemers met werkstressproblemen. Concreet kampen in 2023 ongeveer 895.000 werknemers met problematische werkstress en lopen 330.000 werknemers een verhoogd risico op burn-out.
De risico-indicator werkdruk meet de mate van arbeidsbelasting vanuit kwantitatieve taakeisen: werkvolume, arbeidstempo, deadlines. Volgens de laatste metingen (2023) werkt nog steeds 1 op 3 Vlaamse werknemers (33,2%) onder hoge werkdruk. En terwijl er vooruitgang zichtbaar is op andere onderdelen van werkbaar werk — zoals opleidingskansen — is het vooral de stijgende werkdruk die roet in het eten gooit. Die doet de elders geboekte winst gewoon teniet. In sectoren en bedrijven waar werkdruk piekt, zal ziekteverzuim toenemen. Dat schaadt werknemers en belast de begroting.
Waarom zo belangrijk?
Ten tweede, ook UNIZO heeft hier baat bij. Kleine, middelgrote en grote bedrijven scoren anders op de verschillende onderdelen van werkbaar werk. Op het vlak van werkstress scoren bedrijven tussen 50 en 100 werknemers het slechtst: zo'n 38% van de werknemers in die bedrijven geeft aan problemen te ervaren.
Wat burn-outsymptomen betreft, springen opnieuw de kmo's eruit. Bedrijven met 10 tot 50 en 50 tot 100 werknemers scoren hoger dan gemiddeld, met bijna 14%. En op het vlak van motivatie zijn micro-ondernemingen — met minder dan 10 personeelsleden — een slechte leerling: daar kampt 19,4% met demotivatie.
Vlaanderen is bij uitstek een kmo-regio. Onze tewerkstelling draait in belangrijke mate op deze groep bedrijven. Dat net zij op een aantal cruciale factoren inzake werkdruk slecht scoren, moet iedereen zorgen baren.
We weten dat kmo's niet altijd met gelijke wapens kunnen strijden om problemen van werkbaar werk aan te pakken. Maar het helpt niet om alleen de algemene cijfers aan te halen en te stellen dat er geen probleem is.
Onze oproep aan UNIZO is dan ook duidelijk: erken als slechte leerling in de klas het probleem, en laat ons samen werken om het aan te pakken.
Wat stellen we voor?
Tenslotte, wat stellen we voor. Bedrijven die, in vergelijking met de sector, slecht presteren op het vlak van werkbaar werk en re-integratie moeten financieel geresponsabiliseerd worden. Zo wordt rekening gehouden met de grote verschillen tussen sectoren en kunnen goede en slechte leerlingen individueel afgerekend worden op hun inspanningen.
Vlaanderen heeft daarvoor een belangrijke hefboom in handen. De subsidies aan Vlaamse bedrijven waren nog nooit zo hoog: vorig jaar ging het om 845 miljoen euro bedrijfssteun, een stevige stijging tegenover 2023 (691 miljoen) en bijna het dubbele van het pre-coronaniveau van 468 miljoen in 2019.
Met een arbeidsmarkt die in brand staat, moet ook dit middel worden ingezet om te blussen. Bedrijfssubsidies moeten gericht zijn op innovatie, duurzaamheid én werkbaar werk. De toekenning ervan moet dan ook getoetst worden aan de mate waarin werkdruk — en het gevolg ervan: langdurig ziekteverzuim — een issue is.
Het tijdelijk verminderen van subsidies aan bedrijven met een hoge werkdruk én veel langdurig zieken kan een krachtige incentive zijn om het probleem aan te pakken. Ook een standaard informatieplicht aan de ondernemingsraad, het CPBW en/of de syndicale delegatie wanneer bedrijven bij de Vlaamse overheid projecten binnenhalen, subsidies ontvangen of gebruikmaken van tewerkstellingsmaatregelen, kan daarin een hulp zijn.

