Nieuwe generatie sectorconvenants: "Sectoren haken af door Vlaams beleid"

26 juni 2026  - Persbericht  - Werk
Image
Miranda Ulens

De Vlaamse Regering keurde de tiende generatie sectorconvenanten goed. Maar steeds meer sectoren haken af door de aanpassingen die ze deed: bijna de helft minder budget en strengere resultaatseisen. Het Vlaams ABVV waarschuwt dat de Vlaamse Regering met die aanpak sectoren wegduwt in plaats van aantrekt.

Wie in Vlaanderen werkt of een opleiding volgt, komt er vroeg of laat mee in aanraking: sectorconvenanten. Dat zijn afspraken tussen de Vlaamse Regering en de beroepssectoren over heel concrete zaken op de werkvloer, hoe instroom wordt georganiseerd, hoe stages en duaal leren verlopen, welke opleidingen werknemers krijgen, hoe bedrijven mensen begeleiden, hoe discriminatie wordt aangepakt en hoe werk draaglijk blijft. De Vlaamse Regering heeft deze convenanten grondig hervormd en daar komt één rode draad boven: meer eisen, minder geld.

Vlaams ABVV vraagt de minister daarom om de verantwoordelijkheid die sectoren nemen te valoriseren. Zorg dus voor meer budget, minder resultaatsverbintenissen en een langere looptijd zodat sectoren niet om de twee jaar opnieuw door een zware onderhandelingsprocedure moeten. 

"Een goed sectorconvenant is goud waard", stelt Miranda Ulens, algemeen secretaris van het Vlaams ABVV. "Het laat sectoren zelf bepalen hoe ze hun mensen opleiden en hun werkvloer leefbaar houden. Maar dan moet je sectoren wel vertrouwen, en geloven in overleg. Dat vertrouwen ontbreekt nu."

Sectoren stappen niet in

Zo stapt een hele reeks sectoren deze keer niet mee in de tiende generatie: Alimento, Cevora, Mtech+, sector van de voedingshandel, het wegvervoer en de logistiek, de grondafhandeling op luchthavens, de verhuissector, de diamantnijverheid en de Lokale Besturen. Dat zijn geen kleine spelers. Dat net zij afhaken, is veelzeggend.

Ook de dienstenchequesector stapt enkel in onder voorwaarde. Die wil dat discriminerende vragen van klanten, veruit de belangrijkste bron van discriminatie in de sector, mee worden getest in de verplichte praktijktest. Gebeurt dat niet, dan tekent de sector niet.

Miranda Ulens

Dat wijst voor het Vlaams ABVV op een dieperliggend probleem. "Veel sectoren zijn ook federaal georganiseerd", zegt Miranda Ulens. "Men moet al extra inspanningen doen om tegemoet te komen aan de prioriteiten die het Vlaamse beleid stelt. En de minister van Werk vraagt nu om veel meer te doen voor minder. Ze schiet daarmee in haar eigen voet. Sectoren zijn een cruciale schakel voor wie in Vlaanderen beleid wil voeren met impact op de werkvloer."

De cijfers tonen waar het schoentje wringt. Zo halveert het budget van 23 naar 12 miljoen euro, het aantal sectorconsulenten op het terrein zakt van 150 naar 90,5 voltijdse equivalenten, en de afzonderlijke addenda die extra acties voorzagen rond diversiteit en inclusie, de Oekraïnecrisis en extra opleidingen verdwijnen.

Tegelijk wordt de financieringslogica strenger. Het aandeel resultaatsfinanciering springt van 40 naar 70 procent, met de ambitie om op termijn naar 100 procent te gaan. Miranda Ulens: “De minister vraagt meer van de sectoren, maar knipt stevig in het budget. Sectoren ervaren dat terecht als een steeds sterkere vorm van sturing. Ze worden steeds afhankelijker van resultaatsfinanciering, waardoor ze noodgedwongen kiezen voor quick wins. Daardoor dreigen kwetsbare groepen uit de boot te vallen.”

Breed publiek

Nochtans bereiken deze sectorconvenanten een breed publiek, gaande van 73.291 werknemers, leerlingen en cursisten, ondernemingen, werkzoekenden en specifieke doelgroepen zoals personen met een migratieachtergrond, 55-plussers en langdurig zieken. Via de addenda duaal leren komen daar nog eens 17.056 ondernemingen, werknemers, leerkrachten, scholen en leerlingen bij. 

Vlaams ABVV waarschuwt dat het hier niet bij zal blijven als de koers niet verandert. "Als zelfs de grootste en meest ervaren sectoren afhaken, is dat een signaal dat je niet kan negeren", besluit Ulens. "Een sectorconvenant moet een samenwerkingsakkoord zijn, geen keurslijf. Anders blijft de minister straks achter met een instrument waar steeds minder sectoren nog mee willen werken. Wie bespaart op sectoren, bespaart uiteindelijk op de mensen zelf."