Waarom ook de arbeidsmarkt onveilig is voor vrouwen.

Auteur: elisabeth geenen -  6 maart 2026  - Ongelijkheid
Image
internationale vrouwendag

Met 8 maart plaatsen we met de Internationale Dag voor de Rechten van Vrouwen de strijd voor vrouwenrechten op de arbeidsmarkt in de schijnwerpers. Want niet alleen de straat is vaak onveilig voor vrouwen. Onze arbeidsmarkt is dat ook. Enkele opvallende cijfers. 

4 op 10 vrouwen werkt deeltijds.
6 op 10 langdurig zieken is vrouw.
7 op 10 mantelzorgers is vrouw.
9 op 10 vrouwen krijgen te maken met seksisme op de werkvloer.
Vrouwen vaker slachtoffer van elke soort van grensoverschrijdend gedrag.
Aan het eind van de rit: minder pensioen.

1. 4 op 10 vrouwen werkt deeltijds.

Volgens Statbel werkt 26,4% van de werknemers in ons land niet voltijds. Het gaat om zo’n 13% van de mannen en 41% van de vrouwen. Als we kijken naar wie er minder dan 4/5e werkt, komen we op 7% van de mannen en 22,2% van de vrouwen. 
In Europees perspectief scoren we hoog, we hebben flink wat meer deeltijdse werknemers dan het Europese gemiddelde (EU27: 17,1%). En binnen België kent Vlaanderen iets meer deeltijds werk dan de andere regio’s. 

Deeltijds werk is een realiteit voor vrouwen en zeker in Vlaanderen. Dat gebeurt vaak bewust om werk en gezin beter te combineren. Zo’n 33% van de Vlaamse vrouwen die deeltijds werken geeft aan dat ze deze arbeidsregeling verkiezen vanwege de zorg voor hun eigen kinderen of andere hulpbehoevende familieleden, terwijl dit percentage bij mannen slechts 13,3% bedraagt. 

Maar net zo goed kan het gaan om onvrijwillig deeltijds werk omdat er geen voltijdse contracten beschikbaar zijn. Deeltijdse contracten laten de werkgever toe om flexibel om te gaan met het personeelsbestand, maar dit leidt vaak ook tot intensiever werk en meer overwerk. Onvrijwillig deeltijds werk hangt niet verrassend vaak samen met een lage kwaliteit van werk: een laag inkomen, een gebrek aan sociale rechten en voor de werknemer ongewenste werkurenflexibiliteit. En vrouwen werken ook vaker in die sectoren waar meer met deeltijdse arbeid wordt gewerkt. Denk aan de sector van de schoonmaak met dienstencheques of de zorgsector.

In recente jaren zien we ook de opkomst van de flexibele bijklusstatuten. In 2025 ging het om 6,1% van alle werknemers. Zowel mannen als vrouwen. Het aandeel vrouwelijke werknemers met een tweede job is de voorbije tien jaar met zo’n 56,4% het sterkst gestegen. Bij de mannen was de toename over diezelfde periode iets minder groot: +38,6%. Vrouwen lijken daarbij te kiezen voor de flexi-job, terwijl mannen juist vaker een zelfstandige activiteit opnemen.

Flexibele en deeltijdse jobs scoren vaak slechter op vlak van werkbaar werk, waardoor vrouwen dus ook vaker in minder goede jobs zitten. Maar daarenboven worden zij momenteel ook nog eens extra geviseerd door heel wat sanctionerende maatregelen. De Vlaamse en federale regering nam immers de afgelopen jaren heel wat maatregelen die wie niet voltijds werkt hiervoor afstraffen. 

Gevolgen voor het pensioen en voor de mogelijkheden om vervroegd uit te treden zijn daarbij het meest zichtbaar, maar het gaat veel verder. Deeltijds werkenden werden geviseerd door hun recht op opleiding in te perken, hun toegang tot kinderopvang te beperken en zelfs hun recht op een sociale woning te beïnvloeden. Al deze maatregelen samen, treffen vrouwen extra hard. 

2. 6 op 10 langdurig zieken is vrouw.

Meer dan 60 procent van de mensen die langer dan een jaar arbeidsongeschikt zijn, is vrouw. Burn-out en depressie behoren, naast musculoskeletale aandoeningen, tot de belangrijkste oorzaken. Vandaag kampt 1 op 4 langdurig zieken met één van deze mentale problemen. En de stijging zet zich door.

Over een periode van vijf jaar zien we een stijging van 46,6% van het aantal vrouwelijke werknemers met een depressie of burn-out.  Bij vrouwelijke zelfstandigen is het aantal gevallen de voorbije vijf jaar met meer dan 78 procent gestegen. De stijging ligt hoger dan bij mannen. Vooral in de leeftijdsgroep 30-34 jaar zien we een oververtegenwoordiging van vrouwen.

Hoe komt dat? Vrouwen hebben minder vaak “werkbaar werk” dan mannen. Ze rapporteren meer werkstress en ondervinden vaker problemen in de combinatie werk en privé. Bij jonge werknemers (jonger dan 36 jaar) is de kloof nog groter: 49% van de vrouwen heeft werk zonder knelpunten tegenover 58,1% van de mannen. Dat wijst op een structureel probleem, geen tijdelijk fenomeen.

Als we willen vermijden dat een hele generatie uitvalt, is investeren in werkbaar werk en preventie een noodzaak. Zeker voor jonge vrouwen, die vaak werk combineren met zorg- en gezinstaken, is de druk hoog.

3. 7 op 10 mantelzorgers is vrouw

Het is geen geheim dat vrouwen meer onbetaalde zorgtaken op zich nemen. Zowel wat betreft het huishouden als de zorg voor andere familieleden is er een structurele ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. 

Kijken we naar de dagelijkse tijdsbesteding, zien we dat vrouwen dagelijks bijna twee uur aan kinderzorg en huishoudelijke taken besteden, terwijl bij mannen de focus veel meer ligt op betaald werk en vrije tijd. Opvallend is ook dat de huishoudelijke taken die mannen opnemen, vooral uitstelbare en zichtbare taken zijn, die aanleunen bij vrijetijdsbesteding. Bijvoorbeeld het gras maaien. Terwijl de huishoudelijke taken die vrouwen uitvoeren, juist terugkerend, onzichtbaar en niet uitstelbaar zijn. We denken maar aan de was insteken, opruimen, poetsen,…

Dat zorg nog steeds als vanzelfsprekende vrouwelijke verantwoordelijkheid wordt gezien, zien we ook terugkeren in het profiel van erkende mantelzorgers en het gebruik van thematische verloven. Het zijn vaker vrouwen die de loopbaan onderbreken om zorgtaken op te nemen. Volgens gegevens van het Nationaal Intermutualistisch College waren op 31 augustus 2021 12.898 mantelzorgers officieel erkend. Daarvan waren 8.312 vrouwen — goed voor 64%. Bij verlof voor medische bijstand was in 2022 68% van de gebruikers vrouw. Bij palliatief verlof liep dat aandeel op tot 75%, bij mantelzorgverlof tot 73%. Ook bij ouderschapsverlof namen vrouwen twee derde van de opnames voor hun rekening.

De (onzichtbare) zorgfunctie van vrouwen is van onschatbare waarde, maar ze heeft ook gevolgen. Wat op korte termijn “logisch” lijkt binnen een gezin, leidt op lange termijn tot structurele ongelijkheid in loopbaanontwikkeling, pensioenopbouw en financiële zelfstandigheid. Wie inzet op gendergelijkheid, moet ook inzetten op een rechtvaardige verdeling van zorgtaken. 

4. Seksisme en grensoverschrijdend gedrag

Seksisme, discriminatie en vooroordelen op basis van geslacht zijn overal: van de privésfeer tot de publieke ruimte, van de schoolbanken tot de werkplek. En alle vrouwen worden er het slachtoffer van, zo blijkt uit de recentste enquête van JUMP (2024). 98% van de vrouwen die hebben die deelnamen aan de enquête, stelt minstens één keer slachtoffer te zijn geweest van seksisme. 97% van de mannen die hebben deelgenomen, zegt er getuige van te zijn geweest. 9 op 10 vrouwen kregen ermee te maken op de werkplek.

De #MeToo-beweging heeft voor meer bewustwording gezorgd rond het thema: mensen herkennen seksisme beter en weten beter hoe ze moeten reageren. Desondanks nemen alle vormen van seksisme toe. Seksistische grappen komen het vaakst voor, gevolgd door beledigingen, sissen en fysieke agressie. 88% van de respondenten heeft al te maken gehad met seksistische grappen. Ze worden genormaliseerd onder het mom ‘het is maar een grapje’, maar tegelijkertijd versterken ze bestaande stereotypen en kunnen ze een vijandige werkomgeving creëren. 

Als we specifiek kijken naar grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer, zien we eveneens een toename, zo blijkt uit een rapport van de Stichting Innovatie en Arbeid (2023). Zij onderzoeken verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag: lichamelijk geweld, ongewenst seksueel gedrag, pestgedrag, intimidatie/bedreiging tijdens het werk. En wat blijkt? Vrouwen scoren in elke categorie flink wat hoger dan mannen. In Vlaanderen wordt 27,2% van de vrouwelijke werknemers geconfronteerd met één of meerdere van deze vormen van grensoverschrijdend gedrag. Vooral zorgpersoneel en onderwijspersoneel zijn de grootste slachtoffers, bekend als vrouwelijke sectoren. 45% van de zorgmedewerkers werd het slachtoffer van één of meerdere vormen van grensoverschrijdend gedrag op het werk. Bij onderwijspersoneel is dat 29,6%. Bij de andere beroepsgroepen is dat ongeveer twee op de tien.

5. En aan het eind van de rit: minder pensioen

Vrouwen leggen in hun hele loopbaan een zwaar parcours af en daar worden ze op het einde van hun carrière niet voor beloond. Integendeel, de huidige pensioenhervorming treft net hen dubbel zo zwaar.

De beperking van de gelijkgestelde periodes, het afschaffen van het gezinspensioen en ook de invoering van de nieuwe pensioenmalus hakt er stevig in. Al wie deeltijds werkt en/of onbetaalde gezinszorg biedt of geboden heeft dreigt een cruciaal vangnet te verliezen. Dit zijn nog steeds vooral vrouwen. 

Op 8 maart komen we op straat voor de rechten van vrouwen. Dit jaar onderstreept het ABVV de link tussen de vakbondsstrijd en het feminisme, met de slogan: Syndicalist, dus Feminist

En we stellen oplossingen voor, concreet:

  • Verhoging van het minimumloon richting 17 euro per uur
  • Duidelijke omkadering van flexibiliteit
  • Sterke openbare diensten
  • Loopbaanvoorwaarden op maat van vrouwen
  • Weg met de Jambonmalus
  • Erkenning en preventie van feminicide

Meer over de acties op 8 maart en over onze eisen vind je hier: ABVV-FGTB || 8 maart: internationale dag voor de rechten van vrouwen