De Expertreflex brengt korte analyses en duiding van onze ABVV-Experten bij actuele thema’s die voor jou belangrijk zijn.
"Zonder Vlaamse waarborg wordt de opvang van je kind een loterij"

Vanaf 1 september staan de Vlaamse steden en gemeenten zelf in voor de buitenschoolse opvang. Voor het eerst komt er een kader voor alle buitenschoolse opvang en activiteiten voor kinderen van 3 tot 12 jaar, met 200 miljoen euro aan Vlaamse middelen, 80 miljoen euro meer dan voorheen. Toch luidt de SERV de alarmbel. Voor het Vlaams ABVV volgt adviseur Ayoubi Benali het dossier op.
Het is toch goed dat er meer budgetten zijn?
"Zeker, en dat moeten we ook durven zeggen. Er komt 80 miljoen euro extra bovenop wat er al was, en er is voor het eerst een écht (lokaal) kader voor elk BOA-initiatief. Vorige regeringen hebben dit jarenlang laten verkommeren in 'georganiseerde wanorde'. Elke gemeente deed maar wat, de kwaliteit verschilde tussen erkende en niet-erkende initiatieven en niemand nam echt de regie. Dat er nu een decreet is met centen en een visie erachter, is op zich een stap vooruit. Maar geld en kader zijn niet hetzelfde als garanties."
Hoezo?
"Met dat geld komt een pakket verantwoordelijkheden bij de lokale besturen. Zij voeren de regie, erkennen, houden toezicht én handhaven. Dat zijn vier heel verschillende petten voor één actor. Je krijgt dan een situatie waarbij dezelfde gemeente een opvanginitiatief financiert en organiseert, maar ook moet controleren of dat wel goed werkt. Indien nodig zal ze dan zichzelf, of een partner, moeten remediëren of bestraffen. Dat is een structureel probleem, geen kwestie van goede wil, waarbij de neutraliteit onder druk komt."
Uit een recente rondvraag van de VVSG blijkt dat 1 op de 3 gemeenten de prijs voor ouders verhoogt. Verbaast u dat?
"Het bevestigt onze vrees. Volgens VRT NWS verdubbelt Mechelen de prijs voor sommige ouders van 0,75 naar 1,5 euro per begonnen halfuur. In Dendermonde gaat het van 1 naar 1,5 euro, in Kortrijk mogen scholen tot 2 euro aanrekenen. Bij amper 2 procent van de gemeenten daalt de prijs. Het is net dat patroon dat je krijgt wanneer je verantwoordelijkheid decentraliseert zonder centrale waarborgen. De financiering blijft ontoereikend voor wat er gevraagd wordt, waardoor de rekening wordt doorgeschoven. Niet naar de gemeente, maar naar de gezinnen."
Van een ongelijkheid gesproken.
"Juist en dat staat haaks op waar het BOA-decreet net vóór zou moeten staan. Wij hebben in ons SERV-advies heel bewust benadrukt dat we er moeten zijn voor alle kinderen, maar dat lukt niet als de prijzen zo fors stijgen. De toegankelijkheid komt nog meer onder druk door de introductie van lokale boetesystemen, administratieve kosten, wijziging van openingsuren en last but not least, voorrangsregels.. We verwijzen in ons advies trouwens naar het arrest van het Grondwettelijk Hof rond beperkende voorrangsregels. Dat risico sluipt nu ook binnen bij BOA."
Hoe staat het personeel hiertegenover?
"Deze sector staat niet bekend om aantrekkelijke lonen of arbeidsvoorwaarden, dat wisten we al. Maar nu krijg je toch nog extra structurele onzekerheid. Gemeenten werken voor de uitvoering vaak met kortlopende samenwerkingsovereenkomsten of aanbestedingen die maar voor enkele jaren lopen. Dat betekent dat personeel nooit zeker is van een langdurige job. Tegelijk stijgt in ongeveer een kwart van de gemeenten het aantal kinderen per begeleider, wat automatisch de werkdruk verhoogt. En omdat de financiering ontoereikend blijft, blijven tijdelijke en lage contracten de norm met in veel gevallen zelfs een beroep op studentenjobs en vrijwilligerswerk om de plaatsen ingevuld te krijgen."
Dat klinkt als een vicieuze cirkel.
"Dat is het ook. Het leidt tot precaire tewerkstelling, wat tot verloop leidt en tot moeite om personeel te vinden. Dat zet weer de kwaliteit en de beschikbaarheid van de opvang onder druk. Dat komt uiteindelijk weer bij de ouders terecht in de vorm van hogere prijzen of minder plaatsen."
Hoe pakken we dit dan aan?
"De hervorming is niet slecht, ze is alleen niet af. Wat er nog moet gebeuren? Ten eerste: centrale kaders voor kwaliteit, erkenning, toezicht en handhaving, met duidelijke verwachtingen en criteria, zodat niet elke gemeente het warm water opnieuw moet uitvinden of zelf mag bepalen wat 'kwaliteit' betekent. Ten tweede: échte slagkracht tusen de samenwerkingsverbanden, zodat de neutraliteit en de regierol bewaakt wordt door meer dan alleen de gemeente zelf. Ten derde: een volwaardig medewerkersbeleid gekoppeld aan stabiele financiering, zodat werkbaar werk de norm wordt in plaats van de uitzondering. En ten vierde gedegen monitoring. Vandaag wordt amper iets gemeten buiten financiële rapportering en het aantal beschikbare plaatsen. Wij willen dat er ook data verzameld worden over gebruik, bereik, prijsbeleid, financiering en erkenning. Zonder die cijfers kan je als samenleving niet eens vaststellen wanneer het misloopt, laat staan bijsturen."
Tot slot: wat zou u ouders willen meegeven die morgen voor het eerst met het nieuwe systeem te maken krijgen?
"Dat ze niet gek zijn als het voor hen duurder, ingewikkelder of onduidelijker wordt. Dat is niet omdat hun gemeente het slecht doet. Zolang er geen Vlaamse waarborgen tegenover staan, blijft de kwaliteit en de betaalbaarheid van de opvang van je kind voor een stuk een loterij."

