Ouderen leveren Vlaanderen miljarden op

ABVV-senioren heeft Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez een rapport overhandigd waarin de economische en maatschappelijke bijdrage van 65-plussers voor het eerst systematisch in cijfers wordt uitgedrukt. Wat blijkt? De consumptie van gepensioneerden is in Vlaanderen groter dan wat hun pensioenen kosten, en hun onbetaalde zorg- en opvangarbeid vertegenwoordigt miljarden euro's per jaar.
Een delegatie van de seniorencommissie van het Vlaams ABVV overhandigde vandaag het rapport De zilveren generatie is goud waard af op het kabinet van Vlaams minister Caroline Gennez. De publicatie kwam er op initiatief van ABVV-senioren en het Vlaams ABVV en bundelt heel wat cijfers van onder meer Statbel, de RSZ en de Nationale Bank. De vaststellingen zijn niet min.
Ouderen boosten onze economie
Waarover gaat het? Zestigplussers besteden in Vlaanderen gemiddeld 27.117 euro per persoon per jaar. Dat is meer dan élke andere leeftijdsgroep: het gemiddelde over alle leeftijden ligt op 20.714 euro, bij veertigers op 17.899 euro. Reken dat uit voor de 1,62 miljoen gepensioneerden die in Vlaanderen wonen, dan kom je op een injectie in de economie ter waarde van 12 procent van het Vlaamse aandeel in het bbp.
Men heeft het regelmatig over pensioenen die "de begroting bezwaren". De Vergrijzingscommissie becijferde de pensioenkost op 11,4 procent van het bbp. Dat geeft echter een veel te eenzijdig beeld, waarbij de keerzijde wordt vergeten: Onze gepensioneerden spelen een economische rol van formaat. Door echter de pensioenen systematisch in beeld te brengen als een "financiële put" worden ouderen gestigmatiseerd, stelt het Vlaams ABVV.

"Onze gepensioneerden dragen veel bij tot de economie"
Miranda Ulens
Zo’n beeldvorming wekt de suggestie dat de ouderen van vandaag vooral een kost zijn en verantwoordelijkheid dragen voor budgettaire ontsporing. Maar de oorzaak ligt elders. "Onze gepensioneerden dragen veel bij tot de economie. Maar er is de voorbije dertig jaar wel degelijk iemand minder gaan bijdragen aan de sociale zekerheid, namelijk hun vroegere werkgevers", stelt Miranda Ulens, algemeen secretaris van het Vlaams ABVV. "Er werd te gretig met cadeaus gestrooid aan werkgevers. Zestien miljard euro aan kortingen en subsidies, en dan durft men te beweren dat de pensioenen onbetaalbaar zijn."
Het totaal aan loonsubsidies, bijdrageverminderingen en belastingverlagingen voor werkgevers steeg van nauwelijks 2 miljard euro per jaar in 1996 naar 16 miljard in 2025. De grootste brok is de taxshift van de regering-Michel, goed voor 8 miljard. Om dat bedrag te situeren schuift het rapport een vergelijking naar voor: 16 miljard , dat is meer dan het volledige budget 2025 van justitie, politie en defensie samen.
Gepensioneerden worden weggezet als "inactieven". Ook dat beeld houdt geen stand. De werkzaamheidsgraad bij 55- tot 64-jarigen steeg in Vlaanderen van 25,5 procent in 2000 naar 62,4 procent in 2024, meer dan een verdubbeling. Ongeveer 162.000 Vlaamse gepensioneerden, of 10 procent, blijven werken na hun pensioen. Daarnaast zijn er 156.690 gepensioneerde zelfstandigen actief, 26,5 procent meer dan vijf jaar geleden.
Het rapport juicht de gestegen arbeidsdeelname van 55-plussers niet zomaar toe. Die stijging is deels opgelegd: wie niet vroeger kon stoppen maar door werkdruk en fysieke belasting evenmin actief kon blijven, is in grote aantallen uitgevallen.
Ook doorwerken na het pensioen is niet altijd rooskleurig, zeker niet wanneer het uit pure financiële noodzaak gebeurt.
Senioren houden de samenleving draaiende.
Ook buiten de arbeidsmarkt verzetten senioren heel wat werk. Het grootste deel van hun effectieve bijdrage staat nergens in de nationale rekeningen of cijfers. 131.000 zestigplussers zijn actief als vrijwilliger in Vlaamse verenigingen, goed voor 27,4 procent van alle vrijwilligers in georganiseerd verband. Samen presteren zij bijna 33 miljoen uur per jaar. Dat is het equivalent van 19.000 voltijdse banen — drie keer Volvo Gent, vier keer ArcelorMittal — of, afgerekend aan het gewaarborgd minimumloon, een loonkost van 532 miljoen euro.
Daarnaast ook hun rol in de kinderopvang. 55 procent van alle Vlaamse gezinnen met kinderen, 553.300 huishoudens, rekent op grootouders. Gemiddeld 416 uur per jaar per grootouder, of 52 voltijdse werkdagen. In totaal is dat meer dan 230 miljoen uur.
Wil je daar een bedrag op plakken, dan kom je al snel op een waarde van ruim 1,3 miljard euro. Mocht die opvang wegvallen, dan zou Vlaanderen het budget voor voorschoolse kinderopvang, vandaag 1,29 miljard euro, minstens moeten verdubbelen.

"Wij vragen geen medaille, wij vragen erkenning in beleid: in zorgbudgetten, in betaalbaar openbaar vervoer, in woonzorg die niemand uitsluit."
Raymond Smeulders
28,4 procent van de 65-plussers neemt ook mantelzorgtaken op: 424.480 mensen, bijna de volledige bevolking van de stad Antwerpen. Samen gaat het om 220 tot 440 miljoen uren zorgarbeid per jaar, met een economische waarde van 7 tot 14 miljard euro. Ter vergelijking: het volledige Vlaamse budget voor sociale bescherming — zorgbudgetten, woonzorgcentra, mobiliteitshulpmiddelen — bedraagt ongeveer 4 miljard.
Raymond Smeulders, voorzitter van de Vlaamse ABVV-seniorencommissie, legt de nadruk op de beleidsvraag. "Men vraagt ons langer te werken en tegelijk de kleinkinderen op te vangen en de buurvrouw naar de dokter te rijden. Wij doen dat graag, maar laat ons dan niet wijsmaken dat we inactief zijn. Wij vragen geen medaille, wij vragen erkenning in beleid: in zorgbudgetten, in betaalbaar openbaar vervoer, in woonzorg die niemand uitsluit."
Erken de maatschappelijke meerwaarde van ouderen
Met het rapport willen we een oproep doen aan het brede publieke en in het bijzonder aan beleidsmakers. Erken de meerwaarde die ouderen in onze economie en samenleving spelen en stop met hen te herleiden tot een ‘last’ of ‘kost’.
Want stel dat we de redenering omkeren: Als alle oudere vrijwilligers, grootouders en mantelzorgers morgen voltijds gaan werken, precies zoals het politieke discours impliciet vraagt, dan storten de Vlaamse zorg, het verenigingsleven en de kinderopvang in.
Vandaag is ongeveer 21 procent van de bevolking 65-plusser, en dat aandeel blijft de komende 25 jaar stijgen. In plaats van dit als een probleem en last te zien moeten we meer nadenken over de kansen en baten die dat biedt. De echte beleidsuitdaging is dan ook niet louter “betaalbaarheid”, maar hoe we deze groeiende groep in onze samenleving beter erkennen, waarderen en strategisch inzetten.
Ook minister Caroline Gennez zelf zag er heel wat positiefs in: “Positief spreken over oudere generaties is belangrijk. In ouderenbeleid, in leeftijdsvriendelijke gemeenten en als het over hun inzet en inspraak gaat.”








