Sociale woningen: “Het tempo moet omhoog.”

Auteur: de expertreflex -  7 november 2025  - Wonen
Image
Elisabeth

Er moeten meer sociale woningen gebouwd worden. De middelen zijn er, de nood is groot, maar duizenden gezinnen blijven nog wachten. Toch ziet Elisabeth Geenen, adviseur wonen bij het Vlaams ABVV, dat er genoeg middelen zijn en dat er vooral ambitieus volgehouden moet worden.

Alles start bij een gedegen woning. Zonder degelijke woning kan je je leven niet opbouwen, is werken of zorgen geen evidentie en is deelnemen aan de maatschappij moeilijker. Sociale huisvesting is de meest efficiënte en effectieve manier om betaalbare, kwaliteitsvolle woningen voor iedereen te garanderen. Daarom pleitte het ABVV voor een versnelling van de bouw van sociale woningen. “En dat is precies wat wij voor de verkiezingen al hebben gezegd”, stelt Elisabeth Geenen onomwonden.

Hoe zit dat?

Elisabeth Geenen: “Voor ons moeten er elk jaar minstens 15.000 energiezuinige sociale woningen bijkomen, en vooral in kernen waar mensen ook aan werk en openbaar vervoer geraken. Wonen zonder mobiliteit is geen oplossing. Sociale huisvesting moet dus samengaan met het aanpakken van mobiliteitsarmoede, zeker in landelijke gebieden waar het openbaar vervoer is afgebouwd. Maar daar hebben ze bij een partij als N-VA geen oren naar.” 

Dat is stevig.

Geenen: “Ja, en met reden. De sociale huisvestingsmaatschappijen moeten financieel versterkt worden, zodat ze hun voorziene budgetten echt kunnen gebruiken. Die middelen zijn voor publieke bouw, niet voor private projectontwikkelaars. En dan nog iets: het mag niet blijven hangen in procedures en bezwaren. We moeten bouwen, niet blokkeren.”

De Vlaamse regering trekt er alleszins middelen voor uit, maar een deel dreigt opnieuw onbenut te blijven. Wat moet er nu gebeuren?

Elisabeth Geenen: “Er zijn nog te veel gezinnen die wachten, terwijl er budget op tafel blijft liggen. Dat wringt toch wat. Ambitie is pas geloofwaardig als mensen het voelen in hun portemonnee. We kunnen het ons niet permitteren dat middelen blijven liggen terwijl de noden zo groot zijn.”

Hoe groot zijn die noden vandaag?

Geenen: “5% van de Vlaamse huishoudens heeft een sociale woning. Eind 2023 telde de woonmaatschappijen in het Vlaamse Gewest alles samen 180.589 sociale huurwoningen. Veel te weinig, als je weet dat er bijna 200.000 huishoudens op de wachtlijst staan voor een sociale woning, wachttijden van bijna 4 jaar zijn normaal. Langer ook. Dat maakt wonen onzeker. En woononzekerheid vreet aan alles: gezondheid, werk, gezin, mentale rust.”

Wat blokkeert volgens u de uitvoering?

Geenen: “Verschillende zaken kunnen spelen. De procedures zijn vaak log. Sommige projecten botsen op ruimtelijke regels en tegenstand van omwonenden. En er zijn gemeenten die aarzelen. Dat het Bindend Sociaal Objectief nu ook echt bindend is geworden helpt al, want het maakt duidelijk wat elke gemeente moet doen. Maar als gemeenten achterblijven, moeten sancties stevig genoeg zijn om te werken. Publieke huisvesting mag geen keuze zijn die je kan afkopen.”

Wat gaat er wél goed?

Geenen: “Voor de sociale huisvestingsmaatschappijen kwam er een verbetering via goedkopere bouwleningen. Het bindend sociaal objectief is nu ook een verplichting in plaats van louter een richtlijn. De Boetes die gemeenten moeten betalen bij het niet halen van het objectief, komen ook terecht bij de mensen op de wachtlijst, waar ze worden ingezet voor de huurpremie. En er is opnieuw politieke aandacht voor de nood aan meer sociale huisvesting. Dat was lang anders. Het is dus niet zozeer een verhaal van mislukking, maar eerder van vaart houden.”

Wat liggen de prioriteiten voor het Vlaams ABVV?

Geenen: “Meer sociale woningen. In landen waar sterk is ingezet op publieke huisvesting en de regulering van de private huurmarkt, komt men in de drie woningmarktsegmenten tot degelijke en betaalbare huisvesting voor de verschillende inkomensgroepen.  We moeten dat Bindend Sociaal Objectief goed blijven opvolgen, en als blijkt dat het te laag ligt, dan moet het gewoon omhoog.” 

Wat is dat Bindend Sociaal Objectief eigenlijk?

Geenen: “Het Bindend Sociaal Objectief wil dat elke gemeente haar deel doet in sociale huisvesting. Vanaf 1 januari 2026 geldt de nieuwe langetermijndoelstelling: 50.000 sociale huurwoningen tegen 2042. Daarvan zijn er 45.000 sociale woningen verplicht op te leveren door de gemeenten samen. Met andere woorden: wie te weinig bouwt, kan een boete krijgen. Gemeenten die te traag schakelen, moeten daar echt een duwtje voor krijgen en als dat niet helpt, moeten ze dat voelen in hun portemonnee. Leegstand moet zwaarder belast worden, zeker bij grote percelen of bedrijfsgebouwen die jaren ongebruikt blijven. En we moeten durven experimenteren met nieuwe vormen van eigendom, zoals community land trusts, waarbij de grond publiek blijft en de woning dus betaalbaar wordt.”

En wat met alternatieve woonvormen?

Geenen: “Die verdienen meer steun. Ik denk daarbij aan cohousing, zorgwonen, kangoeroewonen. Het effect daarvan op sociale woningen is eerder indirect, maar het zijn ook manieren om beschikbare ruimte beter te gebruiken en mensen dichter bij elkaar te brengen. Wij kiezen resoluut voor collectieve oplossingen met stevige sociaal rechtvaardige accenten. ” 

Hoe kijkt u naar de rol van minister Melissa Depraetere in de Vlaamse regering?

Geenen: “Ze verdient erkenning want ze maakte de opening, een kans op een ommekeer in het woonbeleid na jaren van stilstand. Maar nu gaat het om tempo en uitvoering. Dit is het moment om door te pakken.”

Wat verwacht u van lokale besturen in deze, die hebben toch ook een verantwoordelijkheid?

Geenen: “Jazeker. Sociale huisvesting is geen last. Het is een investering in een leefbare buurt en in vertrouwen. Gemeenten die dat begrijpen, bouwen meer dan woningen. Ze bouwen stabiliteit. Daar draait wonen om.”

Tot slot: uw kernboodschap?

Geenen: “Wonen is geen belegging. Het is een grondrecht. En sociale huisvesting is geen vangnet voor uitzonderingen, maar ruggengraatbeleid. Wie vandaag doorpakt, maakt Vlaanderen betaalbaarder, gezonder en socialer. Dat is geen luxeproject. Dat is gewoon goed bestuur.”