Vrij verkeer van werknemers binnen de uitgebreide E.U.
31/01/06 - Wat de overgangsmaatregelen betreft voor de nieuwe lidstaten zijn we er principieel voorstander van om zo snel als mogelijk alle werknemers het recht te verlenen op vrij verkeer binnen de EU. Vanuit de vaststelling dat er nog heel wat misbruiken zijn, dringen we net als het EVV aan op een soort actieprogramma op regionaal, federaal en europees niveau om in overleg met de sociale partners op korte termijn de nodige maatregelen te nemen.
- 1. Situering
- 2. Stand van zaken debat
- 3. Schets van de arbeidsmigratie (-mogelijkheden) vanuit de nieuwe lidstaten
- 4. Voorbereiding standpunt
1. Situering
Het opzet van deze nota is het debat (verder) voor te bereiden inzake het al of niet verlengen van de overgangsperiode met betrekking tot het vrij verkeer van werknemers uit de nieuwe lidstaten. Concreet moet België voor 1 mei beslissen of ze haar arbeidsmarkt volledig openstelt ofwel beslist om de beperkingen te verlengen of geleidelijk af te bouwen tegen 30 april 2009.
Het gaat hier overigens om een gemengde bevoegdheidsmaterie waarbij de reglementering federaal is maar de uitvoering ervan regionale bevoegdheid is. Het debat wordt trouwens ook in Vlaanderen gevoerd o.m. in het Vlaams parlement. De patronale vraag naar ‘vreemde’ arbeidskrachten klinkt in Vlaanderen doorgaans luider omwille van de grotere tekorten aan geschikte arbeidskrachten.
2. Stand van zaken debat
In de nota aan het federaal bureau wordt een stand van zaken geschetst m.b.t. dit debat begin december vorig jaar en meer bepaald het ontwerpstandpunt binnen het EVV.
Intussen heeft het uitvoerend comité van het EVV dit standpunt aangenomen op haar vergadering van 5/6 december ll.. Rode draad doorheen dit standpunt: de lidstaten en de EU moeten zo snel als mogelijk een (juridisch) kader uitwerken en maatregelen nemen gericht op een sociaal gereguleerde arbeidsmarkt, zodat snel een einde kan gemaakt worden aan de overgangsmaatregelen en het recht op vrij verkeer van werknemers uit de nieuwe lidstaten een realiteit kan worden.
De Ministers van Werk, P. Vanvelthoven en F. Vandenbroucke, hebben begin december het standpunt ingenomen dat er voorafgaandelijk een aantal precieze maatregelen moeten genomen worden vooraleer er sprake kan zijn van het opheffen van de overgangsmaatregelen, meer bepaald :
- Een systematische voorafgaande registratie van alle grensoverschrijdende tewerkstelling, zoals dit nu al gebeurt voor de Belgische arbeidscontracten via Dimona.
- Een versterkt en gecoördineerd optreden van de federale en regionale inspectiediensten via een samenwerkingsprotocol. Daarbij steunen ze ook de idee van een sociale Europol en onderlijnen ze dat het voorstel van dienstenrichtlijn in geen geval ons systeem van vergunningen en controle mag beperken.
- Werknemers en vakbonden moeten naar de Belgische rechtbanken kunnen stappen als ze menen dat er misbruiken zijn (instellen van een effectief vorderingsrecht dat niet beperkt is tot de buitenlandse werknemer in het land waar hij gewoonlijk werkt).
- De hoofdaannemers of opdrachtgevers moeten hoofdelijk aansprakelijk gemaakt worden voor de naleving van de loon- en arbeidsvoorwaarden.
In de slotparagraaf van het ‘Vlaams Meerjarenplan’ worden deze beleidsopties op algemene en beknopte wijze aangestipt (maar niet expliciet gekoppeld aan de discussie over de overgangsperiode vrij verkeer).
De federale regering heeft aangekondigd dat ze een standpunt zal innemen nadat de Hoge raad voor werkgelegenheid een rapport heeft opgeleverd in de loop van februari en na consultatie van de sociale partners.
Op 8 februari wordt een rapport verwacht van de Europese Commissie met een evaluatie van de overgangsmaatregelen.
3. Schets van de arbeidsmigratie (-mogelijkheden) vanuit de nieuwe lidstaten
De overgangsmaatregelen sluiten uiteraard niet uit dat werknemers uit de nieuwe lidstaten hier legaal aan de slag kunnen. Er blijft wel een arbeidsvergunning nodig. Bovendien is er sinds 1 mei 2004 ook voor de nieuwe lidstaten vrij verkeer van diensten en kunnen buitenlandse firma’s hun werknemers naar België detacheren (waarbij in elk geval de sectorale loon - en arbeidsvoorwaarden moeten gerespecteerd worden). Ook zelfstandigen kunnen zich vrij vestigen.
Enkele cijfers:
- arbeidsvergunningen/arbeidskaarten: In 2004 werden er in Vlaanderen 1500 ten gunste van inwoners van de 8 nieuwe lidstaten toegekend, waarvan slechts 83 na 1 mei 2004 op basis van de overgangsmaatregel (cijfers Vlaamse administratie)
- Detacheringen : betrouwbaar cijfermateriaal is niet beschikbaar; het aantal zou sinds 1 mei 2004 explosief gestegen zijn: om en bij de 80.000 werknemers in 2005 wat een stijging is van 70 % ten opzichte van 2003.
- (schijn)zelfstandigen:ook hierover zijn er slechts indicaties: zo steeg het aantal Polen dat zich in België vestigde van 1071 personen naar 2803 in 2004 (RSVZ)
- En uiteraard zijn er geen cijfers over zwartwerk, enkel schattingen: zo wordt het aantal Polen dat in België werkt op 30.00 tot 60.000 geschat waarvan 90 % illegaal, hoofdzakelijk in de bouw of als huishoudhulp…
- In maart 2005 is de studie "Gevolgen van de EU- uitbreiding voor de Vlaamse arbeidsmarkt" verschenen waarin een inschatting wordt gemaakt van de migratiebewegingen uit de nieuwe lidstaten en de kandidaat-lidstaten Bulgarije en Roemenië. Volgens de onderzoekers zal deze migratie niet uit de hand lopen. Het langetermijneffect na 5 jaar schommelt tussen 1.600 en 4.900 arbeidsmigranten op jaarbasis. Er werd wel geen rekening gehouden met de illegaal in Vlaanderen verblijvende arbeidskrachten. De bij dit onderzoek gehanteerde methodiek wordt betwist…
Naast het fenomeen zwartwerk, werden een aantal flagrante misbruiken vastgesteld (zie onder meer Struik Foods) waarbij onder meer de geldende arbeidsvoorwaarden niet worden nageleefd. Het is geenszins aangetoond dat het opheffen van de arbeidskaartenverplichting automatisch een einde zal stellen aan dergelijke misbruiken. De voordeur open zetten betekent m.a.w. niet dat men niet langer langs de achterdeur zal binnen geloodst worden. Bepaalde werkgevers zijn kennelijk gewoon op zoek naar goedkope arbeidskrachten.
4. Voorbereiding standpunt
We maken een onderscheid tussen het vrij verkeer binnen de EU en de arbeidsmigratie van buiten de EU. In het eerste geval kan er enkel sprake zijn van een tijdelijke overgangsperiode, in het tweede geval blijven we voorstander van het systeem van arbeidsvergunningen gekoppeld aan een aantal voorwaarden, waaronder een arbeidsmarkttoets. Sommige werkgeversfederaties willen van de huidige discussie misbruik maken om het (reeds sterk versoepelde) vergunningensysteem af te bouwen.
Wat de overgangsmaatregelen betreft voor de nieuwe lidstaten:
- Zijn we er principieel voorstander van om zo snel als mogelijk alle werknemers gelijke rechten te waarborgen en dus ook het recht te verlenen op vrij verkeer binnen de EU. Te meer daar het vrij verkeer van diensten binnen de EU hoe dan ook arbeidsmigratie mogelijk maakt en constructies in de hand werkt. Vanuit het voorzorgsprincipe was de overgangsperiode verantwoord om het reglementair kader en de controle op punt te zetten.
- Vanuit de vaststelling dat er nog heel wat misbruiken zijn wat er op wijst dat de regulering nog niet op punt staat, dringen we net als het EVV aan op een soort actieprogramma op regionaal, federaal en europees niveau om in overleg met de sociale partners op korte termijn de nodige maatregelen te nemen. Op federaal en regionaal niveau houdt dit ondermeer in: versterken van de inspecties; systematische registratie van alle grensoverschrijdende tewerkstelling; aansprakelijkheid van hoofdaannemers en opdrachtgevers; instellen van een effectief vorderingsrecht; toezicht op het verstrekken van behoorlijke huisvesting; verplichting voor de bedrijven om opleiding Nederlands op de Werkvloer te verstrekken.
- Indien het opzetten van dergelijk actieprogramma een verlenging van de overgangsperiode vereist, dan moeten de overgangsmaatregelen zo snel mogelijk worden afgebouwd en moet de overgangsperiode zo kort als mogelijk zijn.
Contact
- Caroline Copers - Algemeen Secretaris - 02 506 82 06