Afwisselend leren en werken
Standpunt
24/10/2006 - Minister van onderwijs en werk, Frank Vandenbroucke, heeft een discussienota opgemaakt met het oog op een grondige hervorming van het "deeltijds leren". Hierover zullen we via de SERV en de Vlaamse onderwijsraad advies uitbrengen. Het buraeu van het Vlaams ABVV nam reeds een standpunt in, weliswaar in hoofdlijnen.
1. De discussienota heeft alvast de verdienste dat de problematiek van leren en werken (opnieuw) op de agenda van het beleid en van het overleg wordt gezet. Het belang van dit stelsel kan niet genoeg worden onderlijnd, zowel vanuit het perspectief van de ongekwalificeerde uitstroom als vanuit de invalshoek van diversiteit.
2. De nota biedt alvast een goed kader voor dit overleg. Hij bouwt immers verder op de platformtekst die door alle betrokken partijen onderschreven werd. Positief zijn alvast: erkennen van de dubbele filosofie, m.n. aangepaste voorbereiding op de arbeidsmarkt én opvang voor jongeren met zorgproblemen; voltijds engagement; essentiële rol van trajectbegeleiders; neutrale toeleiding tot de verschillende opleidingssystemen via de CLB’s; waardering van werkplekleren o.m. gelijkwaardig getuigschrift als schoolse opleiding; het instellen van een 2de lijn via de regionale platformen; de getrapte aanpak van voortrajecten tot werkervaring; …
3. De nota bevat evenwel heel wat onduidelijkheden, onder meer wat de precieze rolverdeling betreft in het kader van de trajectbegeleiding (tussen centra,CLB,VDAB), wat de spelverdeling is binnen de regionale platformen en hoe men de sluitende aanpak echt sluitend kan maken. Ook de gevolgen voor de initiatieven gericht op de +18-jarigen zijn nog onduidelijk. Precies daarom is op dit ogenblik enkel een advisering in hoofdlijnen aangewezen.
4. Het sluitend aanbod is voor ons een kerngegeven. Een gefaseerde aanpak of een aanbod op maat van de jongeren kunnen we volledig onderschrijven,op voorwaarde dat de financiering van voortrajecten en brugprojecten toereikend is en een invulling via voortrajecten bijv., geen makkelijkheidsoplossing is, bij gemis aan werkervaringsplaatsen.
5. In dit verband is een goede screening (door de centra?), deskundige trajectbegeleiding en onafhankelijke oriëntering (CLB’s, VDAB) belangrijk.
6. En als sluitstuk een voldoende aanbod kwalitatieve werkervaringsplaatsen afgestemd op de schoolse opleiding, wat een opdracht is langs beide kanten (centra beschikken soms niet over degelijke opleidingsprofielen; het schoolritme (onder meer vakanties) is niet altijd aangepast aan werkplekleren;…). De afgelopen periode werden duidelijke inspanningen gedaan door een aantal sectoren, via de sectorconvenants in het kader van het lopend werkgelegenheidsakkoord. Mede door het extra aanbod aan vooropleidingen en brugprojecten bedraagt het ‘voltijds engagement’ op dit ogenblik 66 % (jongeren deeltijds onderwijs). Via een nieuw werkgelegenheidsakkoord en aangepaste sectorconvenants voor de komende 2 jaar willen we dit cijfer optrekken.Net als het jeugdwerkplan in de centrumsteden biedt het afwisselend leren en werken een opportuniteit om engagementen op te nemen naar tewerkstelling van jongeren én naar diversiteit.
7. De nota kiest niet voor integratie maar wel voor afstemming van de stelsels, onder meer via regionale overlegplatformen. Dit lijkt ons een prima benadering te zijn, op voorwaarde dat er duidelijke taakafspraken zijn en voldoende omkadering. Inbedding binnen de RESOC’s is in elk geval aangewezen. Het tijdelijk project moet tijdig geëvalueerd worden met het oog op bijsturingen.
8. De werking van de opleidingscentra moeten beter gestroomlijnd worden (grote verschillen tussen de centra, bijv. inzake doorstroming naar werk). Wellicht moet ook een voldoende schaalgrootte worden voorzien, wat een duidelijker profiel, een breder aanbod en een steviger omkadering zou toelaten.
9. Wat rechten en plichten van de jongeren betreft, hebben we alvast heel wat vragen en bedenkingen bij de voorgestelde sancties (premies en financiële vergoeding koppelen aan aanwezigheid, gerechtelijke piste …). Onze voorkeur gaat uit naar positieve stimuli (zie bvb. startbonus). Jongeren die vroegtijdig afhaken, moeten in elk geval opgevangen en geheroriënteerd worden.
10. Het streefdoel om te komen tot één statuut (met sectorale differentiatie, hadden we in de platformtekst gesteld) is prima, maar ondertussen blijven we toch maar met een veelheid van statuten (waaronder IBO en interim). De regionaliseringsoptie is voor ons niet aan de orde.
Contact
- Caroline Copers - Algemeen Secretaris - 02 506 82 06