(0)

Openingsuren:

Bookmark and Share

Alternatieve financiering in Vlaanderen

SERV onderzoekt alternatieve financiering

In haar begrotingsadvies van 2006 had de SERV, gezien het toenemende belang ervan, aangedrongen bij de Vlaamse regering op een meer systematische toelichting van de verschillende programma’s van alternatieve financiering . In afwachting daarvan werd bij de evaluatie van de begroting 2007 in januari door de SERV zelf een overzicht gemaakt van de bestaande en geplande alternatieve financiering door de Vlaamse overheid.

Vaststellingen

Het gebruik van alternatieve financiering wordt de komende jaren van substantieel belang voor de verschillende investeringen die de Vlaamse regering plant. Zo worden er o.a. PPS-projecten gepland voor scholenbouw, sociale huisvesting,  het masterplan mobiliteit Antwerpen en “missing links” in de mobiliteitsinfrastructuur.  We kunnen aannemen dat voor de betrokken beleidsdomeinen de geplande alternatieve financieringsprogramma’s minstens een derde bedragen van de uitgaven die gefinancierd worden via de reguliere financiering. Dit cijfer wordt wel wat vertekend door de alternatieve financiering die gepland is in de zorgsector, want daar gaat het in essentie expliciet om een andere manier van financieren. Indien we de zorgsector buiten beschouwing laten, dan gaat het om extra investeringen van respectievelijk 26 en 17% voor de periode 2005-2009 en 2010-2015. De meeste van deze programma’s beginnen echter pas te lopen vanaf 2007, dus het valt nog wel af te wachten of de geplande initiatieven ook effectief volgens de voorziene planning worden uitgevoerd en of het reguliere programma tegelijkertijd op hetzelfde niveau als de voorbije jaren zal blijven. De planning die nu wordt aangehouden is niet altijd even realistisch, waardoor dit tot overschatte resultaten kan leiden, zeker voor de eerstkomende jaren. Wat de budgettaire impact op lange termijn betreft, is een volledige analyse nog niet mogelijk, aangezien voor diverse programma’s de marktconsultaties nog meer duidelijkheid moeten verschaffen. Een voorlopig overzicht geeft aan dat er nog geen gevaar bestaat voor een substantiële verdringing van toekomstige uitgaven door de programma’s die nu worden opgezet. Dit heeft ook te maken met het feit dat de regering zelf voor verschillende programma’s maxima heeft vastgelegd van wat de budgettaire jaarlijkse impact op kruissnelheid mag zijn. De vraag is dan uiteraard of de opgelegde maximumkost realistisch is. Zo wordt er de komende jaren gemikt op een inhaalbeweging  via alternatieve financiering in de schoolinfrastructuur van € 1 miljard. De Vlaamse regering koppelt daar wel de voorwaarde aan dat de kostprijs hiervan voor de Vlaamse begroting op kruissnelheid en op jaarbasis niet boven de € 75 miljoen mag uitstijgen. Indien uit de onderhandelingen, die momenteel lopen, met de private partners zou blijken dat een programma van € 1 miljard zou leiden tot een hogere jaarlijkse kost, dan zal het voorziene investeringprogramma beperkt worden.

Zoek op trefwoord

begroting PPS SERV

Terug Top