Vakantie en vakantiegeld

Wat is enkel vakantiegeld? Wat is dubbel vakantiegeld? Op hoeveel vakantiedagen en vakantiegeld heb ik recht?


1.Wat is een vakantiejaar, een vakantiedienstjaar?

Een vakantiejaar is het jaar waarin je vakantie neemt.

Het recht om vakantiedagen op te nemen tijdens het vakantiejaar wordt berekend in verhouding tot de prestaties die geleverd werden in het voorgaande kalenderjaar, het vakantiedienstjaar.

2.Wat is enkel vakantiegeld, dubbel vakantiegeld?

Het vakantiegeld is de uitkering voor de vakantiedagen.

Het bestaat uit twee delen:

  • Het gewoon of enkel vakantiegeld. Dit dekt de loonderving als gevolg van de werkonderbreking.
  • Het dubbel vakantiegeld - een dubbelzinnige, verwarrende term (er is immers niets ‘dubbel’) - is bedoeld om de bijkomende vakantie-uitgaven te dekken. (Uiteraard doe je met je vakantiegeld wat je wil, zowel met het enkel als met het ‘dubbel’ gedeelte).

3.Wie betaalt voor het vakantiegeld?

Bedienden
Een bediende betaalt geen bijdrage voor zijn vakantiegeld. De werkkgever draagt bij voor het vakantiegeld.

Arbeiders
Eeen arbeider betaalt geen bijdrage voor zijn vakantiegeld. De werkgever doet dat via RSZ-bijdragen.

4. Wie keert het vakantiegeld uit?

Bedienden en ambtenaren
Het vakantiegeld wordt door de werkgever rechtstreeks betaald. De RSZ komt hier niet tussen. De werkgever doet dat.

Arbeiders
Arbeiders krijgen hun vakantiegeld via de vakantiekas.
Per sector heb je een vakantiekas: een vzw zoals onder meer Congemetal voor de metaalindustrie, Vacantex voor de textielnijverheid.
De Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) ontvangt de bijdragen van de werkgevers en verdeelt deze over de vakantiekassen, die ze tot slot uitkeren aan de arbeiders.

5. Als bediende: op hoeveel vakantiedagen en vakantiegeld heb je recht?

A. Aantal vakantiedagen

De duur van de vakantie is 2 dagen per gewerkte maand in het vakantiedienstjaar: 24 dagen voor wie in een zesdagenstelsel werkt, wat dus neerkomt op 4 weken (van 6 dagen) betaalde vakantie.

De meeste bedienden werken in een vijfdagenweek en krijgen 5/6de van 24: 20 dagen betaalde vakantie per jaar (evenveel als arbeiders).

Werkte je in het vakantiedienstjaar 4/5de van een voltijdse baan, dan heb je het jaar daarop recht op 4/6de van 24 dagen: 16 dagen betaalde vakantie (in een vierdagenweek). Kortom: 4 weken. Proportioneel dus, maar het eindresultaat (4 weken) blijft hetzelfde.

B. Vakantiegeld

Het brutovakantiegeld bestaat uit:

  • het enkel vakantiegeld = de doorbetaling van de maandwedde
  • het dubbel vakantiegeld: 92% van het brutomaandloon van de maand waarin de hoofdvakantie ingaat
  • heb je in het vakantiedienstjaar minder dan 12 maanden gewerkt, dan wordt je bruto dubbel vakantiegeld proportioneel berekend: 7 maanden gewerkt levert 7/12ste bruto dubbel vakantiegeld op.

Van het brutovakantiegeld wordt nog ingehouden:

  • de sociale zekerheidsbijdrage (RSZ-bijdrage) op:
    • het enkel vakantiegeld: 13,07%
    • het dubbel vakantiegeld: 12,0755%
  • de bedrijfsvoorheffing (= belasting)
    • op het enkel vakantiegeld: normale schaal
    • op het belastbaar dubbel vakantiegeld, wat een ‘exceptionele vergoeding’ is, onderworpen aan een andere aanslagvoet.

Voor bedienden met een veranderlijk loon - bijv. commissies, prestatiepremies - geldt een andere berekening.

6. Als arbeider: op hoeveel vakantiedagen en vakantiegeld heb je recht?

A. Aantal vakantiedagen

Een arbeider die het hele vakantiedienstjaar gewerkt heeft (in een vijfdagenweek), heeft het daaropvolgende jaar recht op 20 dagen betaalde vakantie.

Als je in het vakantiedienstjaar echter minder dan 230 dagen gewerkt hebt (of gelijkgesteld) - in een vijfdagenstelsel - wordt het aantal vakantiedagen in verhouding verminderd.

B. Vakantiegeld

Het brutovakantiegeld (enkel en dubbel samen) van een arbeider is gelijk aan 15,38% van het brutoloon - verhoogd tot 108% - verdiend tijdens het vorige jaar. Het is gebaseerd op de bezoldigingen aangegeven aan de RSZ, eventueel vermeerderd met een fictief loon voor de met arbeid gelijkgestelde dagen zoals ziekte, enz..

Waarom 15,38%?
52 weken x 5 dagen/week = 260 werkdagen
40 dagen (20 enkel + 20 dubbel) vormen 40/260ste = 15,38%

Van het brutovakantiegeld wordt nog ingehouden:

  • 13,07% RSZ-bijdrage op het dubbel vakantiegeld (behalve op het gedeelte voor de derde, vierde en vijfde dag van de vierde week)
  • 1% solidariteitsbijdrage
  • bedrijfsvoorheffing (=belasting) op het belastbaar vakantiegeld (= brutovakantiegeld - RSZ-bijdrage - solidariteitsbijdrage)
    • als het belastbaar vakantiegeld minder bedraagt dan € 1010: 17,11%
    • als het belastbaar vakantiegeld € 1010 of meer bedraagt: 23,15%

7. Als ambtenaar: op hoeveel vakantiedagen en vakantiegeld heb je recht?

A. Aantal vakantiedagen
De regelingen voor de ambtenaren van de Vlaamse gemeenschap en van de provinciale en de plaatselijke overheidsdiensten (gemeenten, OCMW’s…) zijn onderling verschillend en verschillen op hun beurt met die van de federale ambtenaren, al zijn ze er meestal wel op gebaseerd.

De duur van de jaarlijkse vakantie van de federale ambtenaren is afhankelijk van de leeftijd van de ambtenaar:

  • tot 45 jaar: 24 dagen
  • 45-49 jaar: 25 dagen
  • 50 jaar en ouder: 26 dagen
  • na je zestigste krijg je als ambtenaar per jaar een extra vakantiedag.

B. Vakantiegeld
Tijdens de vakantieperiode ontvangt de ambtenaar zijn maandwedde. Daarnaast betaalt de werkgever-overheid (federale, gewestelijke, provinciale, gemeentelijke) het extra vakantiegeld uit.

Dat vakantiegeld bestaat uit:

  • een forfaitair gedeelte
  • een variabel gedeelte:1 % van de brutojaarwedde.

Ambtenaren betalen dezelfde inhouding voor de sociale zekerheid als de werknemers in de privésector: 13,07 %.

8. Als jonge werknemer: op hoeveel vakantiedagen en vakantiegeld heb je recht?

A. Aantal vakantiedagen
Jongeren die in de privé-sector werken en die geen recht hebben op de volle vier weken betaalde vakantie, hebben wel recht op de bijkomende ‘jeugdvakantie’.

De jongere kan de vakantiedagen waarop hij recht heeft op basis van de gewerkte (of gelijkgestelde) periode in het vakantiedienstjaar aanvullen met:

  • jeugdvakantiedagen
  • de jeugdvakantie-uitkering, betaald door de RVA.

Om van de regeling gebruik te kunnen maken moet de jonge werknemer voldoen aan volgende voorwaarden:

  • Geen 25 jaar oud zijn op 31 december van het vakantiedienstjaar (het jaar van afstuderen dus).
  • De studies beëindigd hebben in het vakantiedienstjaar.
  • Je contract duurde ten minste één maand (bij één of meerdere werkgevers) en deze tewerkstelling moet tenminste 13 arbeidsdagen omvatten.
  • Geen jeugdvakantie hebben genoten tijdens een vorig vakantiejaar.
  • Eerst het recht op gewone vakantiedagen volledig uitputten: de jeugdvakantiedagen (-uitkering) zijn immers een aanvulling.
  • Tijdens de jeugdvakantiedagen geen loon of vervangingsinkomen ontvangen.

Het recht op jeugdvakantie is éénmalig en is niet verplicht. Je kan je jeugdvakantiedagen in één of meer keren per jaar opnemen, in volledige of halve dagen volgens, een collectief akkoord of in overleg met de werkgever, net zoals de gewone vakantiedagen dus.

B. Vakantiegeld
De uitkering bedraagt 65% van het gemiddeld dagloon van de jongere bij de opname van de eerste jeugdvakantiedag, maar begrensd op € 52 per dag in de zesdagenweek (cijfer 1/12/2012).

Inhoudingen
De jeugdvakantie-uitkering wordt fiscaal behandeld als een werkloosheidsuitkering; er wordt dus een voorheffing van 10,09% ingehouden.

Administratie
De werkgever levert de jongere bij de aanvraag van de eerste dag jeugdvakantie een bewijs van het recht op jeugdvakantie (formulier C103). De jongere bezorgt dit formulier aan de uitbetalingsinstelling voor de werkloosheidsuitkering (de werkloosheidsdienst van het ABVV). Die zorgt voor de administratieve afhandeling en de uitbetaling van de jeugdvakantie-uitkering.

Uitbetaling van de jeugdvakantie-uitkering
Gebeurt in de maand na de opgenomen vakantiedagen.

Deeltijdse jonge werknemers
Kunnen gebruik maken van deze regeling. De dagen worden proportioneel vergoed.

Europees verlof
Er bestaat ook een systeem om vakantiedagen te genieten in het jaar waarin je op de arbeidsmarkt komt. Dit noemt het “Europees verlof”. Informeer hiervoor bij het ABVV.

Meer info bij ABVV-jongeren

9. Wat is seniorvakantie?

Seniorvakantie lijkt sterk op jeugdvakantie.

Werknemers van 50 jaar of ouder die in de privé-sector werken en die geen recht hebben op de volle vier weken betaalde vakantie, hebben wel recht op de bijkomende ‘seniorvakantie’.

Deze werknemer kan de vakantiedagen waarop hij of zij recht heeft op basis van de gewerkte (of gelijkgestelde) periode in het vakantiedienstjaar (= voorbije kalenderjaar) aanvullen met: 

  • seniorvakantiedagen
  • de seniorvakantie-uitkering, betaald door de RVA

De totale vakantie telt 4 weken.

Voorwaarden
Als oudere werknemer moet je voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • minstens 50 jaar oud zijn op 31 december van het vakantiedienstjaar 
  • geen recht hebben op 4 weken betaalde vakantie tijdens het vakantiejaar, door een periode volledige werkloosheid of invaliditeit  (na een jaar ziekte) in de loop van het vakantiedienstjaar. 

De regeling van de seniorvakantie is niet van toepassing indien het onvolledige recht op betaalde vakantie het gevolg is van andere onderbrekingen, zoals tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, onbetaald verlof, loopbaanonderbreking enz..

Seniorvakantie nemen
Je kan de dagen seniorvakantie enkel nemen als: 

  • je werkt als loontrekkende 
  • nadat de gewone betaalde vakantie opgebruikt is.

Vakantiegeld
Voor de seniorvakantie-uitkeringen moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Je vraagt de seniorvakantie-uitkering aan tijdens als loontrekkende in de privésector.
  • Je ontvangt geen loon of vervangingsinkomen voor de (halve) seniorvakantiedagen. 

De uitkering bedraagt 65% van het voltijds brutoloon en is begrensd tot 1921,71 euro per maand (geïndexeerd bedrag 2009), of nog: max. € 48,04 per dag in een zesdagenweek.

Inhoudingen
De seniorvakantie-uitkering wordt fiscaal behandeld als een werkloosheidsuitkering; er wordt dus een voorheffing van 10,09% ingehouden.

Deeltijdse werknemers - werknemer in een activeringsprogramma
De regeling geldt ook voor deeltijdse werknemers en werknemers in een activeringsprogramma.
De vergoeding voor deeltijdse werknemers is proportioneel.

Administratie
Meer uitleg op de RVA-site

 

10. Wie bepaalt de jaarlijkse (collectieve) sluiting?

Wanneer de werkgever een jaarlijkse sluiting van zijn onderneming - of van een afdeling - voorziet, moet hi of /zij in de ondernemingsraad of met de vakbondsafvaardiging een unaniem akkoord sluiten over de sluitingsperiode. Over de overblijvende vakantiedagen kan eventueel overlegd worden.

Bij gebrek aan ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging beslist het paritair comité of de sociale inspectie. De werknemers - en de sociale inspectie - worden hiervan op de hoogte gebracht.

Wanneer de vakantie vastgesteld is voor alle personeelsleden samen, kan de werknemer geen andere periode kiezen.

11.Deeltijds werk, deeltijdse vakantie?

Zowel voor deeltijds werkende arbeiders als voor deeltijds werkende bedienden en jonge werknemers geldt de regel van de proportionaliteit.

Die regel wordt toegepast voor de berekening van zowel de vakantieduur als voor het vakantiegeld.

12. Je gaat uit dienst?

Bij een arbeider die uit dienst treedt om bij een nieuwe werkgever aan de slag te gaan, is er geen probleem: het systeem voor vakantiegeld bij arbeiders voorziet immers dat zijn of haar vakantiegeld (enkel + dubbel) het jaar nadien uitbetaald wordt door de vakantiekas(sen) van de werkgever(s) voor wie de arbeider in het vakantiedienstjaar heeft gewerkt.

Bij een bediende aan wiens arbeidsovereenkomst een einde komt (of die voltijds in tijdskrediet gaat), moet er een verrekening gebeuren en wordt het vertrekvakantiegeld uitbetaald.

Op de datum dat de bediende uit dienst treedt betaalt de werkgever:

  • als de bediende zijn vakantie nog niet of nog niet volledig heeft genomen: het vakantiegeld dat verschuldigd is voor het lopende jaar, op basis van de tijdens het vorige jaar (vakantiedienstjaar) gepresteerde maanden. Dit bedraagt 15,34% van de brutojaarwedde verdiend tijdens het afgelopen kalenderjaar (13de maand en eindejaarspremie inbegrepen), eventueel verhoogd met een fictieve wedde voor de gelijkgestelde dagen
  • een voorschot op het vakantiegeld van het volgend jaar, gelijk aan 15,34% van de brutowedde tijdens het lopende jaar verdiend (+ het eventuele fictieve loon voor de gelijkgestelde dagen).

Zoek op trefwoord

vakantiegeld